
de Volkskrant
20 september 2014 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 6
 RONALD VELDHUIZEN
Wat werd onlangs beweerd? Zwemonderwijs schiet tekort, waardoor kinderen steeds vaker zullen verdrinken. Wat zegt de zoutkorrelcheck? Grote spetters trekken veel aandacht. 
Geef ze een applausje dames en heren: de reddingsbrigade! Deze baywatchbikkels en -bikkelinnen redden elk jaar weer levens. Dat verdient lof en veel ook. Ook fijn: elk jaar, begin september, maken ze de eindbalans van het zwemseizoen op. 

Dit jaar staat er iets vervelends in die balans. De brigade ziet rond de waterkant kinderen en volwassenen steeds vaker in ernstige problemen komen. Ze moesten afgelopen jaar maar liefst 369 keer in actie te komen om kinderen en volwassenen uit een levensbedreigende situatie te redden. Negen mensen stierven. Noodsituaties aan de waterkant nemen alleen maar toe, voorspellen ze, zolang de achteruitgang binnen het Nederlandse zwemonderwijs niet wordt gekeerd. 

Is het echt zo erg? Wie naar de cijfers van de reddingsbrigade kijkt, zal moeite hebben om een duidelijke stijging te zien. Niet 2014 was het gevaarlijkste jaar voor zwemmers, maar 2009: toen moest de brigade maar liefst 460 keer in actie komen om levens te redden. Daarna werd het wat rustiger aan de waterkant, met als dieptepunt 2011. Toen ontmantelde de brigade slechts 169 keer een levensbedreigende situatie. Kortom: het schommelt. 

Schommelt dan jaarlijks de zwemvaardigheid van Nederland of schommelt iets anders? Een inkopper misschien, maar het aantal bijna-zwemongevallen wordt in Nederland bovenal door één ding bepaald: het weer. Bij hitte en zonneschijn zoeken mensen het water op, bij regen en kou blijven ze er weg. Heus niet zo verbazingwekkend dus dat tijdens de prachtzomer van 2009 bijna drie keer zoveel reddingen nodig waren dan tijdens de natte, koele en donkere niet-zomer van 2011. 

Als we kijken naar hoeveel Nederlanders er daadwerkelijk jaarlijks verdrinken, is er eigenlijk alleen maar goed nieuws te melden: dat aantal daalt gestaag, blijkt uit CBS-cijfers. Opvallend is dat onder de pechdrenkelingen zich bar weinig kinderen bevinden, juist nu het zwemonderwijs wordt afgebouwd. Verdronken twintig jaar terug jaarlijks nog zo'n dertig kinderen van 10 jaar en jonger, nu zijn het er minder dan tien. 

Dus alle al dan niet terechte discussie rond zwemonderwijs ten spijt: voorlopig is de kust nog veilig. 
